Antigua deel 2.

Zoals al gemeld in deel 1 waren wij in blijde verwachting van Wim, inmiddels al 30 jaar dus dat wordt wel een giga bevalling;-)

Op de dag van aankomst zijn wij met het lokale “bus” systeem naar de luchthaven gereisd, dat heeft wel wat voeten in de aarde, maar het kost voor onze begrippen bijna niks.

Bij de plaatselijke supermarkt in Parham moet je wachten tot de juiste bus langs komt. Men kent hier geen reguliere diensttijden zoals bij ons, het is jezelf op non-actief zetten een manana houding aanmeten.  Plots remt er een bus (staat op kentekenplaat), want het kan anders of een taxi of een particuliere vervoerder zijn. “You wanna go to airport man”, heb ik dat op mijn voorhoofd staan of zo denk ik. Nou ja een blanke kan hier eigenlijk ook niet zoveel kanten op. Of St. John (hoofdstad) of het vliegveld.

Yes Sir. Nou dan moesten we maar instappen, want hij ging naar St. John en onderweg zou hij ons waarschuwen, waar we dan heen moesten.

Dit is een belevenis hoor, tussen de lokalen en ieder is bezig met zijn eigen “ding”, behalve eten, drinken en de voeten op de vloer houden zoals op grote borden op de wanden staat.

Het zijn compleet afgetrapte busjes en veel hangt in elkaar met ducktape en T-raps, vol met deuken en krassen en het rammelt aan alle kanten, maakt niet uit als het maar rijdt.

De volgende halte naar het vliegveld was zo gevonden en de bus kwam na een half uurtje ook, zodat we tijdig op het vliegveld zouden arriveren.

Bij elkaar zo’n twee uurtjes bezig geweest.

Op het vliegveld aangekomen een half uurtje gewandeld en in een voormalige vertrek/aankomst hal een restaurant gevonden waar we geluncht hebben.

We waren eerst langs het nieuwe gebouw geweest maar daar kon je geen eten krijgen en het cafe die er was ging voor onze neus dicht

Allemaal nog in ontwikkeling zullen we maar noemen zoals heeeeel veel andere aspecten ook hier.

Wim kwam met iets vertraging binnen, maar dat mocht de pret niet drukken.

Buiten hebben we een taxi genomen en die heeft ons in een record tijd naar de vissers haven in Parham gereden. Volgens mij stond de warme hap al op tafel bij de taxichauffeur huis.

De volgende dag zijn we naar Great Bird Island gevaren, een prachtige ankerplek waar we een paar nachten zijn gebleven.

Hier kwam Wim ook gelijk aan zijn trekken met snorkelen en koraal platen bekijken.

Witte strandjes, Palmboompjes, vergezichten en 50 tinten blauw het hele genre voor Carieb gevoel was hier aanwezig.

Schildpadden om je heen, zeesterren op de bodem en grote schelpen die je ziet wegwandelen.

Het enige wat je hier niet hebt is kristalhelder water, dit beperkt het zicht behoorlijk. Dit is te wijten aan de grondsoort hier denk ik.

Het strandzand is echter voortreffelijk, wit en zacht.

Op het eiland hebben we een wandeling gemaakt en de ogen uitgekeken, tjonge wat een mooie beelden op de geheugenplaat.

Jammer genoeg moeten we verder en hebben besloten nog een keer terug te gaan naar Jolly Harbour om de winkelkar nog een keer tjokvol te gooien.

De volgende reis gaat naar Barbuda, dit is een jetset oord. Zo plat als een pannekoek en veel strand.

De eerste overnachting op Barbuda een 20 Nm boven Antigua zou aan de Oost zijde van Cocoa Point zijn achter her rif, wel even weer oppassen dus met het in in- en uitvaren. We lagen aan lagerwal en ook het Fortress anker naast de Delta in de grond geprikt. Zo liggen we goed vast mocht er plotseling veel wind komen opzetten.

De volgende ochtend zijn we naar de West zijde van Cocoa Point verhuist en hier lag je heerlijk.

De schildpadden kwamen constant om je heen boven lucht happen om er als een speer weer vandoor gaan omdat ze ons zagen.

Ook hier waande je weer in een ver vakantieoord, verrek zijn we ook…..

Witte stranden, palmbomen met kokosnoten etc. etc., maar het verveeld nog niets hoor, BBQ time en op naar het strand.

Wim die bleef aan het fotograferen en had er lol in, in de meest vreemde standjes werden detailfoto`s en kunstzinnige uitvoeringen geschoten.

Hier in het noorden van het eiland broeden een leven op een heel beperkte plek in de mangrovebossen “Freaking Birds” zoals de gids hen noemde and “They don`t eat human flesh” met een grijns op zijn gezicht.

Het gaat hier om Fregatvogels, de jongen kunnen niet vliegen en worden bewaakt door papa, moeders is overdag op jacht naar vis en komt `s avonds van de oceaaan terug.

De jongen hebben vrij snel een verenpakket, maar hebben een witte nek die pas verdwijnt als ze volwassen zijn.

Dit is een beschermd gebied waar je zonder gids niet in mag, Pat Richardson doet dit dan ook al meer dan 20 jaar en met plezier. Zeer geanimeerd en vol details verteld hij over de flora en fauna. En alle gestelde vragen door medepassagiers zijn niet onbeantwoord gebleven.

Vervolgens zijn we met een rotgang naar Codrington gebracht waar we de gelegenheid kregen om uit te klaren te lunchen en nog wat boodschapjes te doen. Vervolgens zijn we daarna voor de “deur” weer afgezet bij de bijboten.

Bij het uitklaren nog het nodige gelachen, de beambte gaf mij de nodige papieren om in te vullen met carbonnetjes. Vroeg ik of ze niet met het systeem werkte op het internet.

Ik zei Seaclear of eSeaclear zoals ze op Antigua hadden, zei ze doodleuk “Wij werken hier met Easyclear zeer handzaam en doeltreffend.” Haha die zit, maar wij kunnen ons de vingers blauw schrijven, zodat zij hun baan zo behouden.

Zit ook wat in toch, zo hebben zij brood op de plank thuis.

Een mooi eiland met vriendelijke en behulpzame mensen.

Wij gaan door naar St. Eustatius, bye Barbuda.

Zon

en later de maan.

St. Eustatius en Saba.

We hebben `s avonds rond 18.00u Barbuda verlaten, bewust om met het laatste daglicht tussen de koraalriffen door te navigeren op zicht.

De brekers slaan op deze platen neer, dus ze zijn haast niet te missen, maar toch is voorzichtigheid geboden want je wilt ze niet raken.

De maan kwam vrij vlot op die ons bijna de hele nacht vergezeld heeft, plenty licht en zicht dus.

Ook een rustig windje tussen 10 en 15 knopen voor het lapje en we zijn dus relaxed naar St. Eustatius gevaren.

Rond een uur of tien de volgende ochtend kwamen we bij Oranjestad aan en hebben ons anker laten vallen in de baai.

Eerst maar eens rustig ontbeten en de boot opgeruimd, de bijboot opgepompt zodat we naar de wal konden.

Nou raar hoor om op nederlands grondgebied te zijn. Men spreekt hier engels en betalen met dollars (us) en je komt hier en daar nog nederlandse text op verkeersborden tegen en gietijzen putdeksels uit Veghel  haha.

Het inklaren en door de douane gaat redelijk vlot, ook hier weer de nodige (gebruikelijke) papieren invullen. Havenbelasting $20,- , liggeld in het “National park” $10,- per nacht ook achter eigen anker.  Dus voor een nachtje liggen een beetje duur.

We hebben nog wat door het dorp gewandeld en het Fort Oranje bezocht, die met nederlands belastinggeld geheel gerestaureerd is.

De “Amsterdammertjes” staan hier ook langs de weggkant in het centrum en de wegen goed onderhouden, een heel andere aanblik dan op de vorige eilanden.

Ook de gebouwen/woningen staan goed in de verf en geen troep wat her en der gedumpt wordt geen oude auto`s op de blokken enz. de nederlandse hand is hier aanwezig.

Nog een biertje gedronken op een terras en uiteraard “wifitime”.

Wim is nog op jacht geweest naar een schildpad en heeft gekeken of het anker zich goed heeft ingegraven.

 Saba licht op zicht afstand iets noordelijker en een nederlandse gemeente.

Bewoners hadden mij verteld dat de hoogste berg van Nederland ook hier was en dat Vaals zijn plaquette ingeleverd heeft en hier nu ergens hangt.

Saba is de laatste tijd onder zeilers nog al negatief in het nieuws geweest.

Er zijn hier al een aantal schepen op de rotsen vergaan omdat ze of losgeslagen zijn of met door geschavielde lijnen op de kant kwamen. 

Toen wij langsvoeren lag er een prijzig uitziend motorjacht scheef in het water tegen het strandje bij Ladder Bay, treurig hoor.

Wij hadden een mooring te pakken bedoeld voor Superjachten, nou dit betonblok komt door ons niet van de plek. Tevens hadden we meerdere landvasten door het touw van de mooring. We lagen in Welch Bay, wat ook gelijk een prachtige snorkelplek moest zijn.

We hebben het rustig aan gedaan en eerst alles op ons in laten werken waar we lagen.

De Island Lady lag bij Ladder Bay ongeveer 1,5 mijl zuidelijker en hier zijn we met de bijboot op visite geweest en even bijgepraat van ieder zijn belevenissen en ervaringen.

Jouke en Pleuni waren hieral een paar dagen en klommen iedere keer de trap op bij Ladder Bay en konden precies achter het gestrande schip met de bijboot veilig op het strandje komen. 

Wim en ik zijn de volgende dag samen naar Fort Bay gegaan,  een half uurtje varen met de bijboot. Hilda was niet lekker en wilde graag op het schip blijven.

Hier was een goede dingy steiger en Customs en Immigration en Harbour office ook om de hoek.

Het in- en uitklaren ging na weer een aderlating van dollars vlot en wilden we vanaf hier naar het dorp (The Bottom) lopen. 

Wim zag een vrachtwagen met drinkwater aan komen rijden en schoot de chauffeur aan of we mee mochten rijden naar boven, geen punt en mochten instappen.

Perfect toch, het was warm genoeg dus hebben ons flink wat zweten bespaard, want het was een beste klim naar boven.

In het dorp de supermarkt bezocht en hier voorgebakken brood gescoord, dat was een tijd geleden dat we dat konden kopen.

Tussen de middag geluncht en met wifi de mailboxen bijgewerkt en de nodige whatsapp`s verstuurd en ontvangen, de weerberichten gedownload lekker alles even weer bijgewerkt.

Na het eten het dorp nog wat rondgewandeld en de afdaling naar Fort Bay begonnen. En ja hoor Wim had weer beet, we konden op de laadbak van een vrachtwagen naar beneden, mazzel.

Zoals al eerder gemeld konden we vlakbij snorkelen en daar zijn de volgende dag Hilda en Wim een paar uur bezig geweest, het was erg mooi en veel vissen gezien.

We lagen vlak voor Diamond rock en zijn de volgende morgen hier omheen gevaren richting St. Maarten.

Dit konden we `s avond zien liggen, met zoveel licht werd daar de hemel verlicht. 

St.Martin.

We zouden aan de franse kant van St. Maarten gaan liggen in baie de Marigot vandaar de franse benaming van het eiland in de titel.

En dit is bewust omdat het liggen aan die zijde heel wat goedkoper is dan de nederlandse.

We hadden weinig wind en bijna geen swell, vandaar dat Wim zich op het voordek nestelde met een boek.

Het inklaren is zoals Win2Win ook al vermelde in zijn blog on-frans efficient en bij de winkel (Island Waterworld) bij de ingang naar de Lagoon zelfs gratis.

Officieel moet je je melden bij het havenkantoor en dan havengeld afdragen, maar dat deed geen enkele ligger, dus zuinige nederlanders als we zijn zochten we wat compensatie na St Eustatius en Saba 😉

Ook netjes geregeld een aanlegplaats voor de bijboten.

Hilda en Wim nodigden de Win2Win uit voor een borrel bij ons aan boord.

En daar waren ze Eltjo en Lilian, leuk om ze weer te zien.

We hadden al geopperd dat we hier maar weer een auto gingen huren, zodat we het eiland rond konden rijden en de dag daarop Wim naar het vliegveld konden brengen.

Op deze dagen was het weer heerlijk en droog weer, dus dat hadden we weer te pakken.

Hierboven een blik op baie de Marigot, vanaf Fort Louis.

Het Philipsburg aan de nederlandse kant van St. Maarten. 

Wim met op de achtergrond Baie de Marigot.

Centrum van Philipsburg Old Street, aan de andere kant van deze weg is de boulevard met uitzicht op alle cruiseschepen.

Jammer dat de sleutels er niet in zaten.

De bekende plek waar de vliegtuigmotoren het strandje leegblazen en mensen zich vast hielden aan het hekwerk tijdens de start. De grootste brokkenmaker de Boeing 747 van de KLM vliegt niet meer op St. Maarten.

De enige overgebleven markering tussen het Franse en Nederlandse deel.

Op de laatste avond zijn we door Wim nog uitgenodigd voor een diner.

Op dezelfde dag zijn wij vertrokken naar de BVI (Britsch Virgin Islands),

Antigua Part 1.

Na een heerlijke morgen zeilen, naderden we Jolly Harbour rond twee in de middag.

IMG_2527

Het eerste wat hier direct moet is inklaren, de boetes voor het rondlummelen zijn ronduit fors te noemen met 5000 dollar.

Hier werkt men met eSeaclear en moest dus na een account aangemaakt te hebben alle lijsten door.

Gelukkig weet je onderhand de meeste gegevens wel uit je hoofd.

Hierna een deur verder naar de douane, ook weer lijstjes invullen en het stempeltje in de paspoorten gekregen.

Het kantoor van de Harbour Office was gesloten dus geen “Cruising permit”, volgende dag in de herkansing.

De kosten voor dit circus 30 EC $, dus dat valt mee. Voor medezeilers die nog komen, in English Harbour ben je belachelijk veel meer geld kwijt volgens de pilot.

Hierna een mooi ankerplekje op gezocht, waar we gelijk goede grip hadden met het anker.

In deze haven kun je bijna alles krijgen wat je hartje begeert.

Een Budgetmarine dealer voor AB en Tohatsu (voor jou Henk indien nodig)

Een zeer uitgebreide echte supermarkt, waar je gewoon alles kunt kopen.

Diesel en water (0.28 ec/gallon) ,  op Dominica (Rupert Bay) bij PAYS kon je het gratis krijgen met jerrycans.)

We wilden graag weer een data kaart bemachtigen, want de gekochte op Union Island werkte allen dus op St. Vincent & Grenadines en Dominica. Ondanks de belofte van dat heerschap, dat het op alle XCD eilanden zou werken.

Zonde van de 5 Gb aan data die er nog opstond. Grrrr.

In St. Johns konden we pas een nieuwe kaart kopen en ons beklag doen. Digicel had er geen boodschap aan. Een bedrijf met monopolie positie en geen ruggegraat dus. Op zijn minst hadden ze de oude account af kunnen lossen met aftrek van hun “kosten” en over kunnen zetten op de nieuwe. In plaats daarvan wordt je afgepoeierd met een oeverloos verhaal.

In de baai van St. Johns hebben we goed gelegen en rustig tegen de verwachting in met het komen en gaan van al die cruiseschepen.

We wilden dichter bij het vliegveld liggen met de komst van Wim in het verschiet.

Eerst zijn we naar Jumby Bay gevaren en wilden toen naar een klein haventje genaamd Shell Beach Marina.

Heel voorzichtig varen hier met al die ondieptes en we zijn de haveningang met 30 cm onder de kiel ook nog binnen gekomen, maar de ingang maar de boxen was te ondiep en lagen vast voordat we binnen waren naast een Amerikaan.

Toen die zag dat we vast liepen, ontstond er lichtelijke paniek bij hem, ha dan moet je wadvaarders uit Holland hebben.

Dus in de achteruit met die handel en er ruggelings weer uit gevaren.

Van hieruit besloten naar Parham een plaatsje verderop te varen.

IMG_2550

 

IMG_2553IMG_2556

Ik ben blij met die plotter en relatief goede kaarten, zonder deze waren de zenuwen wel wat meer overspannen geraakt.

Het stikt hier van de riffen en ondieptes en derhalve zit ieder constant op “scherp”.

Zonder verdere grondberoering zijn we op onze bestemming Parham aangekomen.

En wie lagen hier al? Jawel de Island Lady. Met hun nog wat gegevens uit gewisseld met Glossy bladen, boeken en gribfiles.

Blijft leuk om elkaar te blijven ontmoeten.

Hier blijven we nog wel een paar dagen liggen en van allerhande klusjes worden afgewerkt.

Hilda in de boot en ik buiten. De buitenboord motor vertoonde de laatste keer kuren en werd ondanks de goede waterstraal heet. Dus het staartstuk maar uit elkaar een kunsstof glijlager al helemaal versmolten. Grrrr.

Ook het rvs op het schip was nodig aan een poetsbeurt toe en al het verf- en lakwerk schoonmaken en in de was.

Dit geld ook voor de bijboot, want die zon is hier onverbiddelijk. Heb met een schuine blik wel naar die AB bootjes(Hypolon) met alu bodem gekeken, maar ik raak dat ding niet kwijt op ons schip.

Hilda ondertussen de punt Wim klaar gemaakt en wat herstel werkzaamheden met de naaimachine. Tjonge de dagen vliegen weer om. Morgen zondag en maandagavond hebben we een man extra aan boord  Die zal wel even moeten wennen zes uur tijverschil wegwerken, Constant rond de 30°C en een luchtvochtigheid van 80% of hoger.

Guadaloupe

Door toeval vertrok de Win2Win gelijk met ons van verschillende plekken, wat later bleek op AIS.

We hebben tot aan Guadaloupe opgevaren, waarna ze een oosterlijke koers door de wind zijn gaan varen.

Wij kozen ervoor het voorzeil weg te draaien en een tijdje op de motor te gaan, want de wind dichterbij Guadaloupe stond pal op de kop.

Een uurtje later bleek dit een goed besluit, want de wind kregen we door schifting scherp tot half en konden weer zeilen.

Ons eerste doel na vertrek uit Iles de Saintes is halverwege Guadeloupe genaamd Pigeon Island.

IMG_2513

IMG_2514

Hier ligt een baai naast waar op loopafstand (20 min.) een LeaderPrice en een Carrefour winkel zijn.

Dus weer de voorraden aanvullen, dit blijft toch een van de kerntaken, want het blijft gissen wat de volgende “supermarkten” op de planken hebben.

De volgende dag zijn we doorgevaren naar Deshaies een plaats in een fraaie baai in het noorden van Guadaloupe.

Hier troffen we weer een aantal bekenden.

De Tsuru, Island Lady en de Win2Win.

IMG_2517

Het blijft toch frappant hoe vaak je elkaar weer treft, ondanks de ruime keuze aan havens en baaien.

Deze baai staat bekend door zijn plotselinge en felle windbuien en het is zaak om anker goed ingegraven te hebben.

Eltjo heeft een verlaten buurtboot nog meer ketting moeten geven, die aan het krabben geslagen was.

Je kon op de wal merken dat hier veel toerisme was, samen met de Win2Win zaten we op een terras waar nadat de kaart afgeven werd de cola $5,-(US) moest kosten.

IMG_2520

De rest van de kaart was net zo extravagant prijzig, unaniem zijn we dus ook opgestapt. Hier doen wij niet aan mee.

200m verderop was het de helft van deze prijzen en ook aan de waterkant.

De Island Lady had ik ook nog getroffen in het dorp en vertelden mij dat ze de volgende ochtend zouden vertrekken, omdat de dagen na morgen geen noemenswaardige wind voorspeld werd.
Ik ben dezelfde middag nog aan het uitklaren gegaan bij “Le Pelican”.

IMG_2524

Gewapend met een stokbrood en wat koffiekoeken de winkelende wederhelft opgezocht om naar ons bootje terug te keren.

Het schip zeilklaar gemaakt en de volgende morgen om 06.00u voeren we de baai uit.

Op de plotter zagen we dat de Island Lady 5 mijl voor ons was, die zijn wel heel vroeg uit de veren gegaan. Later zou blijken dat zij al om half 5 vertrokken waren.

Dat was Guadaloupe, en eigenlijk zijn we hier aan voorbij gevaren. Veel bijzonders had de pilot ook niet te melden wat onze interesse wekte.

En dan als volgende eiland Antigua 43 zeemijlen verderop.

De wind met rond de 10 knopen uit ruime gunstige hoek en ook nog stroom mee gingen we met een gangetje tussen 6 en 7 Kts.