Good bye St. Thomas.

Langzaam dringt het door,  dat het einde van het bezoek aan de Cariben ten einde loopt.

We hebben nog wat baaitjes aangedaan en de een was nog mooier dan de andere.

De Druif of ook wel Honeymoon bay genoemd was wel erg druk en vol. Of dat nu aan de na lag??? Afijn de dag erop maar naar de Brewers Bay, hier moesten ook nog een paar nederlandse schepen liggen.

Jawel de Antares en later kwamen ook de Freya en de Blabber. Het werd weer een nederlandse enclave.
Iedere middag rond drie uur werden de bijbootjes richting strand gestuurd en koelden we daar in het water af.

Een gezellige boel was het hier en je kon de vuilnis hier makkelijk kwijt en water tanken met de jerrycans.

Na het zwemmen in het zeewater kon je hier ook douchen, tot vermaak van de schoonmaker stonden al die maffe hollanders hier hun haren/lichamen in te zepen en af te spoelen.

Tja stromend onbeperkt water is in onze ogen een luxe.

En op de vooravond van Hilda’s vertrek verhuist naar de Lindbergh Bay een plek vlakbij de terminal van het vliegveld.

Nou dat was perfect, kon peddelend naar een steiger waar we mochten liggen na toestemming vragen.

5 min. lopen en we waren op het vliegveld.

We zijn ’s avonds gelijk maar even heen gelopen en Hilda heeft zich ingecheckt.

Vandaar uit naar het strand terug en een laatste borrel samen gedronken.

Een Painkiller want Hilda had last van wat Carieb afkick verschijnselen en de baas zelf een Rum-Punch.

De volgende ochtend natuurlijk veeeeel te vroeg wakker, hierdoor genoeg tijd voor ontbijten en koffie drinken. Maar toch de klok tikt maar door en moet de vrouw weg.

Het is allemaal goed gekomen Hilda is inmiddels bij Sanne aangekomen en ik heb het solo ook gered.

Wel heel vreemd hoor na zo’n lange tijd boven op elkaars lip en dan opeens leegte.

Dat voelt heel onwennig ook al weet je dat het gelukkig maar tijdelijk is.

De dag waarop het schip op de Schippersgracht gaat, is buurman Ben van de Blabber met mij mee gevaren voor assistentie.

En dan opeens gebeuren er hele rare dingen met je schip, bijna niet in woorden uit te drukken. Kijk en huiver.

Daar gaan we op morgen.
Schipper Walewijn en Querijn van de Antares . Uitgenodigd voor een biertje met uitzicht op het laden konden we wennen aan wat ons te wachten stond.
Worden er een heleboel stroppen op je voordel gemikt.

Daar hang je dan hulpeloos 10 meter boven water in de stroppen.
Gelukkig is alles overbemeten lomp dik voor dit jachtje.
Kijk eens krijg een apart plekje voorop het schip.

Even een blik achterom. De Antares, Blabber en Freya komen hier ook nog op de nu nog lege bokken.

The Britisch Virgin Islands (BVI) en de US Virgin Islands (USVI)

Na het bezoek aan St. Martin zijn we dezelfde avond, nadat we Wim uitgezwaaid hebben vertrokken uit een zeer schommelige baai Marigot.

De swell stond hier behoorlijk op, en een aantal schepen waaronder de Win2Win hebben een beter plekje opgezocht.

Bij hun stonden er af en toe brekers en die wil je niet op je schip.

In de avondzon en een gunstig weerbericht richting west met ruime wind.

Dat betekend geen zwaar scheefhangend schip en ook niet meer rollend, voor onze begrippen rust in de “keet”.

En zo was het ook en de volgende morgen hadden we de eerste eilanden al in zicht, toen hadden we er een mijl of 75 op zitten van de bijna 100 die we moesten.

De BVI’s in zicht na 85 mijl varen.
Tegenligger. Is uiteindelijk goed gekomen.
Rotsen waar de golven van de Atlantisch oceaan op kapot slaan.

Tussen Peter Island en Dead Chest zijn we de BVI binnen gezeild en voor de wind richting westzijde van Tortola (hoofdeiland).

De haven waar we heen wilden heet Soaper`s Hole en hier kun je inklaren en leek ons een beschutte plek.

Eenmaal daar aangekomen eerst een rondje rustig gevaren, om te kijken of we echt niet ergens konden ankeren.

Maar te vol en te dicht op elkaar of veel te diep om veilig te kunnen ankeren.

 Dus maar een mooring opgepikt a raison $ 30,- per nacht, zo`n duur blok beton we hebben nog niet eerder gehuurd.

Het douane en immigratie kantoor in Soaper’s Hole

Nou gelijk de wal maar op en het officieele deel maar afhandelen, Hilda als crew moest verplicht aan boord blijven zitten.

Een half uurtje later was ik ook al terug en klaar was Kees, een Cruising permit van $ 50,- hoefden we niet te kopen, want we hadden geen gasten aan boord.

Wel $ 21,- lichter aan inklaringskosten en havengelden en lokale belastingen en de douane wilde ook nog een duit in het zakje voor de invulformulieren 2 x $0,10 .

Drukke boel met al die mooringen.

Mijn waarde ega had bij het binnenvaren van Soaper`s Hole aan de overkant “leuke winkeltjes” gezien, dus de paarden stonden al ongeduldig te trappelen om de wal op te zoeken.

Een eindje wandelen is ook wel zo gezond, na weer een dag op het schip toch.

Ook zijn we vanaf hier met de ferry naar St. Thomas gegaan om ons stempeltje (Visa) in het paspoort te gaan halen, zodat we clandestien in de USVI mogen vertoeven. Want van deze plek gaat ons schip op transport over een aantal weken.

De wachtruimte in de vertrekhal voor de ferry terrug naar Tortola.
Winkelstraat in Charlotte Amalie. St. Thomas was vroeger Deens grondgebied en de straatnamen zijn nog oorspronkelijk.
Met 22 knopen over het water blazen 32Km in drie kwartier.

Dezelfde dag na onze terugkomst uit de USVI snel de was nog opgehaald (deze hadden we vroeg in de morgen bij de wasserij aan de overzijde gebracht).

Door naar de Blue Dream gelijk losgooien van de mooring en naar de andere kant van het eiland gezeild naar een volgens de pilot “ansichtkaarten baai” genaamd Cane Garden Bay.

Het was inderdaad een fraai plekje en hebben er een nacht ook lekker gelegen en wat rondgewandeld.

Lekker chill in de kuip met het avond zonnetje.

Watermaker automaten, met koolstoffilters, reverse osmose, UV bestraald en dan heb je toch “clean” water. Geen mineralen meer en geen bacterien meer, bijna gedestilleerd.

Hier zijn we de volgende morgen weggevlucht van de brekers. Die stonden dit keer ons schip te bedreigen, dus wegwezen van hier.

Dit soort jongens kwamen dreigend op onze boot af, tijd om af te reizen dus.

Jost Van Dyke eiland lag aan de overkant en aan de oostzijde lag een kleiner eiland jawel Little JVD Island en daar wilden we heen, maar eens kijken of het daar beter toeven is.

Na daar een uurtje gelegen te hebben achter ons anker, werd het daar ook feest. Dus anker op en recht tegen de wind in naar Trellis Bay op het schiereilandje Beef Island helemaal aan de oost zijde van Tortola bij een vliegveldje.

Nou we hebben even geprobeerd te kruisen, maar dat schoot niet echt op door de tegenstaande golven en wind, dus de motor er bij aan en twee uurtjes later waren we er ook.

Het voordeel hier in de BVI is dat alles lekker dicht bij elkaar ligt en  er veel keus aan baaitjes en inhammen zijn.

Hier vonden we na enig struinen een geschikte ankerplek, niet veel later hoorden we op de marifoon een conversatie tussen de Win2Win en de Antares, dat ze ook onderweg naar deze baai waren.

Voor de winkel Aragorn, een kunstwinkel aan de baai.

Die liefde was snel bekoeld.

Nou dat is toch ook weer toeval toch en even later werden we door Lilian ook opgeroepen, we zouden weer buren worden leuk hè.

Eindelijk ook eens met de crew van de Antares kennis gemaakt. We werden voor de volgende morgen uitgenodigd om koffie te drinken. Na zo veel jaren (3), artikelen lezen in Zeilen en volgen van hun blog, nu aan boord van de Trintella en de enthousiaste verhalen van deze mensen aanhoren, prachtig.

Ook zij hebben de keuze gemaakt om met Seven Star het schip naar Southampton terug te laten brengen, zij worden dus dan ook een tijdje onze “buren” 😉

Van Lilian kregen we te horen dat we de BVI niet mochten verlaten zonder Bath op Virgin Gorda aangegaan te hebben.

Dus dat zou de volgende stop worden, want ons transport schip zou nu op 8 mei al aankomen, dus langzamerhand mogen we de boeg dan wel richting USVI steken in plaats van andersom.

Na een paar nachten in Trellis Bay zijn we naar de overkant Bath gevaren en konden zowaar nog een mooring bemachtigen, ondanks het vele animo voor deze plek.

De foto`s en filmpjes laten onze belevenissen weer tot leven komen.

De huidige achtergrond op de laptop. Mooi he?

Na dit bezoek terug gevaren naar Norman Island, waar een reunie plaats vond tussen de Arcadia, Persephone en de Win2Win.

Dit is bewust gekozen want Eltjo is hier jarig en we waren uitgenodigd, dus een feestje in de Bernures Bay.

Overigens ligt het in deze baai super rustig en konden hier ook goed snorkelen.

Van alles onder water gezien, een paar roggen de gebruikelijke kleurige vissen en aaaaaah een haai.

Gelukkig betrof het een “Verpleegsterhaai” en dus voor de mens geen bedreiging.

Hilda is nog met de rest aan de wandel gegaan naar de noordzijde van Norman Island.

De nieuwe buren in de Trellis Baai, kennen we die niet ergens van?
Daar hebben we de jarige, 60 jaren en die mogen natuurlijk niet ongemerkt voorbij gaan.
Zo te zien was ook Lilian in haar schik.;-)
De kuip vol met buren in de Norman Bay. Heel gezellig.

Ook aan de leuke tijd in deze baai komt een eind en we moeten gaan uitklaren, dus weer naar de overkant gevaren naar Soaper’s Hole.
Onderweg passerden we “The Indians” waar een mooie duiker en snorkelplek was volgens de pilot.

In zicht de 4 rotsen die boven water uitsteken ” The Indians”.

Het leek erop dat het zou gaan regenen want het betrok flink en de buien trokken links en rechts langs ons heen, wij werden gespaard en kwamen droog over.

Het uitklaren was een “eitje” en na de cashier $0,75 betaald te hebben,  mijn stempeltjes gekregen.

Hilda was verrast dat het zo snel ging en al weer op de boot terug was, het was ook binnen een half uur.

Gelijk de mooring weer ontlast van ons bootje en op naar St. John waar we in Cruz Bay.

Hier hebben we in de haven een plekje gevonden en geankerd, ook hier direct naar de kant en hebben ons ingeklaard, deze keer duurde het langer want het was hier smoordruk.

Toen we hier na een klein uurtje naar buiten liepen waren we officieel met boot in de US Virgens Islands.

En ook hier weer net als in Suriname, schreide de hemel na het afscheid van vrienden in Norman Bay.

Op Amerikaans grondgebied!

Wel even bij de les blijven met dat weven hoor!

Willen de gasten even aan boord blijven tot alle schoenen opgesteld zijn! En nu kunnen jullie komen.

Gelijk het dorpje verkent en ook hier een hoop winkeltjes, maar geen sim kaart te krijgen, dat konden we beter in Crown Bay Marina doen volgens een winkelier.

De volgende morgen bij ons vertrek uit de haven zagen we een bord staan, dat we hier maar max. 3 uren mochten ankeren. Oeps.

Ach ja nederlanders dat we zijn, soms zie je niet alles tegen de schemer aan toch.

De trip naar St. Thomas was ook weer ruim en een aangename zeilreis, het weer was als “gewoon” harstikke mooi en tussen de 10 en 15 knopen wind heerlijk.  Onderweg passeerde de Native Son veerboot ons met een dikke 22 knoop op de teller. Hiermee hadden we van Tortola op en neer naar St. Thomas gevaren voor ons Visa stempel in ons paspoort.

Daar hebben we de ferry weer op de AIS.
En ja hoor daar is hij op volle snelheid.

Hij doet er maar drie kwartier over, wij toch een uurtje of 6 maar dan op de wind.
In St. Thomas tegen over de Marina in Crown Bay een mooie ankerplek gevonden en lagen als een huis zo vast, dus goede ankergrond.

St. Thomas drukker bevolkt dan alle andere eilanden.
Dit beeld zag je dus van heel ver al `s nachts.

Met de bijboot naar de Marina gevaren en liepen gelijk tegen de AT&T winkel aan, mooi data kaartje regelen.

Eenmaal aan de beurt was het ook zo geregeld, mooi door hun laten installeren en dat ging heeel snel.

Hoewel al die juweliers, niet te geloven hoeveel hier zijn.
Hoofdstraat in Charlotte Amalie, winkel plezier volop.
Ook wij een pas op de plaats.
Even bijtanken met een “Painkiller”, deze moet je gedronken hebben in de Carieb naast de “Rum-punch”.
Gigantisch wederom, nu zijn ze wel heel dichtbij. Vertrekken dezelfde dag nog weer.
Hoe klein ben je als zeilbootje. Maar ze gaan aan de kant als je onder zeil bent. 😉

Van de vuilnis afkomen is hier niet zo makkelijk als op vorige eilanden, het is werkelijk allemaal afgesloten of openingen in openbare vuilnisbakken zo klein dat je er net een cola blikje in kunt drukken en niets groters.

Omdat we op zoek waren naar STTCargo onze agent voor Seven Star (vervoerder) liepen we door een industrie gebied, waar wel wat containers stonden.

Het valt ons op dat alles voor europeese maatstaven extreem duur is en de dollars willen hier wel rollen, van je af.

We hebben dan ook geluk dat we kunnen ankeren tussen de mooringen die erg ruim opgesteld liggen aan de overkant, anders was het niet leuk meer.

Dus voor mogelijke volgers, stort je proviand bakken vol in St. Maarten.

Wij zijn in afwachting van het laadschema voor ons schip en kunnen dan pas de vluchten boeken.

Hier reserveer ik nog wat ruimte voor eventuele laad foto’s, die nog moeten komen.

Als de Blue Dream op transport is gaat Hilda naar Sanne in Panama en ik naar mijn zus in Boulder, om bij aankomst van het schip in Southampton weer verder te gaan varen voor een “Rondje Engeland”  via de Hebriden het Caledonisch Kanaal door te gaan varen naar Inverness.