Plymouth, River Helford en de Scillies.

Na de River Dart naar Plymouth, dit was een behoorlijke overgang om van het beslotene van de rivier naar het weidse en open baai van Plymouth te zijn.

In Plymouth zelf zij we nog een tak van de rivier op gevaren, maar zoals de ervaringen al ingaven bij grote steden is elke vierkante meter  bezet en gebruikt. Dus dokken als je ergens ligt, daar hebben we als rechtgeaarde “groningers” problemen mee.

Dus trug naar de baai en waren op de heenweg al een mooie beschutte hoek tegen de wind en golven voorbij gevaren.

Hier lagen nog een aantal schepen voor anker, maar het grosso modo verdwijnt als de zon zakt en zijn de dagjesmensen uit de stad.

Plymouth vonden we op zich niet zo bijzonder en na een dag verder gevaren naar de Helford river.

Als de wind uit het oosten komt moet je als je westwaards reist het nemen, want westenwinden komen hier meer voor en zijn gebruikelijk.

We zijn dan ook maar 1 nachtje in de monding van de River Helford gebleven, op de terugweg zouden we dit wel goedmaken.

We hadden eigenlijk al besloten niet meer naar Schotland te gaan, hiervoor moeten we veel zeiluren maken en minder bekijken, om maar naar boven te komen. Dat vinden we beiden niet leuk en genieten meer van de dagtripjes.

Op naar de Scillies het meest westelijke reisdoel van Engeland.

Om er te komen moet je goed weer hebben, want je moet door een onstuimig stukje vaarwater, waar het weer in notime kan omslaan.

Dat bleek onderweg ook wel, de wind is onderweg pal op de kop gaan staan en in kracht toegenomen, gelukkig waren we er bijna.

Tevens kregen we mist, daar was ik minder blij mee in onbekend rotsig gebied.

Toen de eerste beelden van St. Mary`  s op ons netvlies geprojecteerd werden, trok de mist ook gaanderweg op. Gelukkig maar, alleen op een electronische kaart varen maakt je wel onrustig.

De zuidelijke baai eerst bekeken, maar niet geschikt om te ankeren, men had hier weer de nodige betonblokken gedumpt met een mooring, zodat ankeren niet meer kon.

Omgevaren naar de baai van Hugh Town en daar hetzelfe verhaal, dus maar een mooring opgepikt, de laatste!

Na onze binnenkomst zijn alle boten na ons weer weggevaren om elders hun geluk te beproeven.

De bijboot hebben we constant achter ons aan gesleept, zo hoefden we hem niet iedere keer op te blazen en veervolgens weer leegpompen en opruimen.

Nadeel is dat het remt achter je schip, maar wij hadden de tijd gelukkig en is het geen wedstrijd.

Na op St. Mary` s rond gewandeld te hebben, besloten eerst naar het buur eiland te gaan St. Agnes.

Dit is een heerlijk rustig eiland en een echt “backpacker” gebied.

Hier konden/moesten we weer ankeren, nou daar straf je ons niet meer mee hoor.

Na hier twee nachten gelegen te hebben naar de noord-oost hoek van St. Mary` s gevaren een baai genaamd Watermill Cove.

Hier moesten we ook weer achter het anker en hadden deze plek alleen even om te overnachten.

De volgende dag om de noordkant gezeild van de Scillies om tussen Bryher en Tresco het anker wederom te laten vallen.

Na kentering van het tij stond hier zoveel stroom, dat we toch maar een mooring opgepakt hebben, een beetje te tricky 😉

 Met de bijboot naar Bryher strand gevaren en de hem zo hoog mogelijk gelegd, tij verschilt hier tussen de 4 en 5 meter en dat is behoorlijk veel.

Doordat we in de namiddag waren en op zondag was het een”dooie” boel, men is hier afhankelijk van de ferry tussen de eilanden en de (dag)toeristen waren al weer vertrokken. Hierdoor waren alle cafe` s en restaurants gesloten verwachten geen klanten en alleen op afspraak eten.

Maar ondanks dat hebben we hier heerlijk rond gewandeld.

Maandag zijn we naar de andere kant van Tresco gevaren en daar voor anker gegaan. Ook hier weer met de bijboot de wal op en dit keer moesten we een behoorlijk eind lopen, voordat we de bijboot op veilige hoogte hadden liggen.

Hilda wilde heel graag de botanische tuin (Tresco Abbey Garden) bekijken die “subtropisch” moest zijn. Zelfs ik met de niet groene vingers vond het een indrukwekkende tuin, er was veel aandacht geschonken aan details en hier waren planten en bomen van verschillende wereld delen. En dit alles gewoon buiten in de open lucht, geeft wel aan hoe bijzonder deze plek is.

Na dit bezoek nog een paar boodschapjes uit de plaatselijke supermarkt gehaald. Ook alleen het hoogst noodzakelijke want de prijzen waren hier verdubbeld vergeleken bij de wal.

Nog langs een Gallery gekomen waar we niet ongezien voorbij wilden, prachtig die lokale kunst maar ze weten van prijzen hier.

In de dorpskroeg  “The New Inn” een heerlijk ijsje gehad, gemaakt door een lokale boer van de Scillies, heerlijk. Dit nadien afgedekt met een Ale.

Brigsham en River Dart.

Het zou een relaxed dagje worden, met het afgaand water de Exe afvaren en met halve wind naar het zuiden koersen.

Onderweg besloten de baai in te varen naar Torquai, deze plaats was jammer genoeg niet te bezeilen en zouden we moeten kruisen.

Daar hadden we geen zin in en dus de boeg naar Brigsham gestoken, even slalommen tussen wat velden met vissers balonnetjes en konden zo de havenkom binnen zeilen.

Van Dave (Ros Ailither) hadden we te horen gekregen, dat je aan de Stads-ponton drie uur gratis mochten liggen.

Kleurige huizen van Brigsham
Zo zou ik niet graag afmeren tegen de havenmuur.

Aan de Fish’n Chips.

De ponton lag ook goed vol en moesten dubbel liggen, de buren een briefje op de kajuitingang geplakt met ons telefoonnummer en hoppa de wal op.

Leuk kneuterig vissers plaatsje en heel veel winkeltjes, uiteraard hier ook een “Fish` n Chips” gegeten, scheelt weer koken vanavond en op tijd aan de film (serie).

Na ruim 3 uren terug bij de boot en de buren waren er ook, en het was geen probleem dat we aan hun lagen.

Met de volle maag verder naar het zuiden op naar de monding van de Dart.

Bijkomend voordeel van het rustig aan doen was dat het tij bij de ingang van de rivier kenterde en met stroom naar binnen konden.

Erg ver hoefden we niet en na even “clandestien” aan de havenmeester plaats gelegen te hebben, heeft hij ons gewezen op de mogelijkheden.

Na wat overleg is het de “Deep-water-pontoon” geworden aan de andere kant van Dartmouth.

Je kon de bijboot op verschillende plekken kwijt aan de stadskant en de douches waren daar ook.

Achteraf blij met onze keuze, want het is erg druk met toerisme in Dartmouth wat het gelijk ook gezellig druk maakte.

Zeker als er ook nog een cruiseschip voor de deur (in de monding) aanmeert en een paar duizend mensen los gelaten worden.

Na het dorp doorgekamt te hebben op naar het Kasteel en daar een High Tea genomen ( veur mie een High Coffee ) maar wel de clotted cream tjonge wat is dat lekker spul.

De calorieen spatten er van af, dus voor de gemoedsrust een pittige wandeling naar een uitzichtspunt op de heuvel gemaakt.

En inderdaad spectaculaire gezichten over de zee en rivier de Dart.

Men heeft het hier goed voor elkaar wat de voorzieningen van vuilnis en water aangaat, er is een aparte pontoon voor dit vlak voor de bunkerboot.

Na dus onze rommel daar gedumpt te hebben verder de rivier op, wat is het hier bezaaid met mooringen en vooral waar het water dieper is.

Voor ankeren moet je wel zoeken, direct naast de vaarweg bij Dittisham het anker laten vallen en het hekanker er ook uit, zodat we niet dwars kunnen gaan liggen

In de middag een wandeling door Dittisham gemaakt en weer een paar leuke kiekjes gemaakt.




De volgende dag kwam er toch een “River Patrol” autoriteit even melden, dat we niet op een toegewezen ankerplek lagen en wees op de kaart een paar plekken aan.

Een ervan was net om de hoek stroomopwaarts in een kreek, goed gaan we daar heen geen probleem.

De plotter opgestart, tja die kreek valt dus droog, wat een grapjas.

We zijn dus voor de kreek gaan liggen pal tegen de buitenkant van de geul en lagen hier perfect.



Met de bijboot helemaal een tocht gemaakt naar Totnes en het reservetankje benzine maar mee genomen en niet onterecht.

Met de stroom mee naar boven en twee uur voor hoog daar aangekomen, toevallig voer dat hele stuk een engelsman in zijn bijbootje met ons mee.

In Totnes heeft hij nog even op ons gewacht en verteld dat je tot maximaal twee uur na hoog hier weer weg moest zijn, omdat het hier droog valt.

En of wij die Nederlanders waren die voor de kreek lagen, euh ja lagen we daar niet droog bij eb? Nee gaat net goed 😉

Dat moet ik wel toegeven, zo strak conventioneel en afstandelijk ze ook kunnen zijn zo vriendelijk en voorkomend zijn ze ook.

Totnes verraste ons qua grootte, we hadden een heel klein plaatsje verwacht, maar dit was weer gezellig.



Stom toevallig een verschrikkelijkoude bron gezien de zgn. “Leech Well” die al bekend is sinds de 13e eeuw, hij zou ook verschillende huidaandoeningen genezen en ja hoor Hilda aan het wassen. Je weet maar nooit waar het goed voor is h`e.

De volgende dag weer naar Dittisham terug gevaren met de bijboot en aan de overkant is de voormalige woning van Agatha Christie waar je alles kunt bezichtigen.

Ook hier hebben we menige uurtjes vertoefd met de nodige vergezichten.




De volgende dag zullen we naar Plymouth afreizen en alle tanken en jerrycans maar weer gevuld met water en diesel, voordat we de rivier verlieten.

Bedankt Dart je was supermooi en een bezoek was het meer dan waard.

Portland Harbour.

Ook wel zonnige avonden in Engeland.
Dinsdag 29 Mei van Weymouth stadshaven zijn we in de mist verhuist naar Portland Harbour.

Deze ligt gelukkig direct “om de hoek” , zodat we maar een paar mijl in dichte mist hoeven te varen.

De ingang van de marine haven is snel gevonden, dankzij het varen met de plotter dit is naast AIS een instrument die ik niet meer zou willen missen.

Eenmaal in deze haven van 3 bij 4 mijl!!! Loste de mist geleidelijk op en zag je de deken op een afstand op het land liggen.

Hier konden/mochten/gaan we ankeren, want in die marina“ s en havens loop je snel financieel op leeg.

We lagen hier mooi beschermd tegen swell van de zee. Hier kregen we het vrije gevoel terug en op de ruimte liggen bevalt ons nog altijd het beste.

Portland op de achtergrond vanaf de anker plek met rechts de Marina en links de Royal Navy.

Klaar om uit te varen.

Helicopter oefeningen.

En zeilwedstrijden iedere avond weer in dezelfde baai naast al dat Royal Navy gebeuren!

Ook de klusjes lijst maar weer afwerken en het olie- en filter verwisselen van de motor stond hier hoog genoteerd.

Ook de saildrive gecontroleerd en oeps deze olie is wel erg wit, gretver hier moet wat aan gedaan worden. Weet dat de mix tot een bepaalde gradatie nog geen kwaad kan, maar dit was “nasty white”.

De volgende dag de (Portland) marina aan de andere kant opgezocht en daar eerst maar eens gevraagd of de boot er daar uit kon.

Nou dat was een probleem, deze week en begin volgende week volgeboekt.

Maar misschien bij de “buren” nog plek. Vervolgens op zoek gegaan naar de Volvo Penta dealer die in de buurt moest zijn volgens de dealerlijst.

Jawel op nog geen 10 minuten lopen, en bij navraag konden ze de onderdelen bestellen en na een dag leveren, dat dus gelijk gedaan.
De verkoper heeft ook gelijk bemiddelt bij de zeilvereniging om de boot er daar eruit te laten halen, dat op vrijdag gezet.

Hier waren ze bij het eruit en in plaatsen van het schip afhankelijk van het getijde en rond vloed kon er alleen gehesen worden.

Om 11.00u eruit  en om maximaal 16.00u er weer in, dat gaf ons 5 uurtjes de tijd om de klus te klaren moet kunnen.

Indien niet zou lukken moesten we ook nog een overnachtings plek op de wal opzoeken, omdat we niet aan boord mochten slapen en daar hadden we geen zin in.

De getijde “slipway”.

Standaard procedure afspuiten, voordat hij op de bok komt.

Nog snel even lunchen,voordat het schip er is.

Klus geklaard en binnen de tijd. Phoei.

Gelukkig is het allemaal voorspoedig gegaan en konden we ook nog lekker douchen op de marina.

Op 3 juni hebben we Porland verlaten en op tij wisseling Portland Bill gerond op weg naar Exmouth waar we de Exe rivier op wilden.

Dit zou een lastig te bevaren rivier moeten zijn door de vele bochten en ondieptes, we zijn wat gewend op het wad thuis en we zouden wel zien. Er stond een lekker zeilwindje rond de 15 knopen en besloten onderweg ook de Lulworth Cove op te zoeken.

Dit is een piepklein baaitje in de steile rotskust en alleen te gebruiken als er geen wind uit zuidelijke richting stond, wij hadden de pech dat deze voorspeld was.  Maar toch even kijken het was maar een kleine omweg en we hadden tijd genoeg.

Ingang van Lulworth Cove.

Een piepklein vissersdorpje, maar o zo toeristisch.

De Exe moesten we rond hoogtij aanlopen, want er ligt een ondiepe drempel aan de monding van de rivier.

Altijd weer die typische rijtjeshuizen aan de kades.

We hadden een perfecte timing en een ruim uurtje voor hoog liepen we hier binnen. We zijn door gevaren naar een sluis die Turf Lock heet en hier waren een aantal mooringen.

Eerst even een inspectie rondje gevaren en we werden toegeroepen door een man op een liggend zeilschip (Ros Ailither), hij adviseerde ons iets verder terug te gaan liggen omwille van onze diepgang. 

De “Ros Ailither”

We bedankten hem voor de tip en ons tussen twee mooringen vastgelegd.

De Blue Dream tussen de mooringen bij laag water.

Omdat je hier aan de rand van de geul in de rivier ligt leg je zowel voor als achter vast, zodat je niet dwars in de geul komt te liggen en de doorvaart blokkeert.

Later zouden we heel vriendschappelijk met deze lieve mensen (Dave en Hazel Mcabe en hun kinderen Kathy en Reuben) contact hebben.

De mooringen bleken van hem te zijn waar we aan lagen en op de wal stonden een paar fietsen die we ook mochten gebruiken.

Hier hebben we een Aldi gevonden aan de andere kant van het dorpje Topsham even verderop. Tjonge dat was een niet snel te vergeten boodschappentochtje.

Eerst met de bijboot naar Topsham varen ongeveer een half uurtje, vervolgens 4km lopen naar de Aldi in de stromende regen. Hier hebben we gelijk ook maar een paar goede paraplu` s gekocht. Afgeladen de terugtocht naar Topsham terug en vlak bij de bijboot eerst een Inn opgezocht om een beetje bij te komen.

Inmiddels stond er een straffe wind uit het oosten, en bij behorende golven op de rivier. Wat een gevecht om terug te komen en dit is ook niet onopgemerkt bij onze buren (Ros Ailither) voorbij gegaan.

Bij een biertje een dag later vertelden ze ons gezien te hebben, hoe we doorweekt voorbij kwamen.

Het heeft een dag geduurd voordat we alles weer droog hadden gestookt, want de kachel is er bij aan gegaan om ons zelf ook weer op temperatuur te krijgen.

Na een dagje “droog” rust bij Turf Lock een Ale gedronken in de luwte van de Inn en in het zonnetje, heerlijk.

Hier hebben we het plan gemaakt om de bijboot omhoog te tillen en via het kanaal die paralel aan de rivier loopt op te varen naar Exeter 10 km verderop.

Dit was een leuk tochtje, vlakbij Exe wel veel waterplanten in het water, zodat ik met regelmaat de schroef vrij moest maken, maar dat mocht de pret niet drukken.

Kathedraal van Exeter.

Laag water vanaf de sluizen bij Turf Lock.

Klaproos langs wandelpad parallel aan rivier de Exe.

Stoere meid.😊

Powderham Folly vanaf wandelpad langs de rivier.

Wilden het natuurlijk ook van dichtbij zien.

Powderham vanaf de rivier.

Na Exeter bezocht te hebben weer terug en halverwege,  vlak na “Double Locks” de bijboot “overgezet” bij de Ferry naar Topsham naar de rivier, want dat scheelde veel lopen en tillen bij de laatste sluis bij Turf Lock.

Nu stond er niet zoveel wind en is het droog gebleven een lekker dagje.

De volgende dag fietsen naar Lympstone door een prachtig natuur gebied met heel mooi aangelegde fietspaden langs de rivier.

Domper was de regen die met bakken uit de hemel viel, maar dat heb je niet voor het kiezen in dit land. 

Eenmaal terug bij de boot werden we uitgenodigd om op de Ros Ailither te komen eten, wat een gastvrije en lieve mensen.

Direct na het eten werden we verzocht in de bijboot plaats te nemen voor een tocht over de rivier.

Met een rotgang stuiterden we over het water, eerst naar de overkant door het natuurgebied (kwelder) heen  en vervolgens naar Lympstone naar het haventje die we gemist hadden tijdens onze fietstocht.

Hier hebben we samen nog een biertje gedronken en terug naar onze schepen.

Ook op de Exe donderdag en vrijdagavond de plaatselijke wedstrijden uit Topsham. Wij in de gangboorden op eerste rang.

Dave is scheepstimmerman en had al verscheidene boten gerestaureerd, had ook een Ferrydienst gehad en na 18 jaar besloten de boel te verkopen om wat meer van de wereld te bekijken. Zij hadden een rondje Atlantic gedaan vanaf 2005  zie ook hun site trawlertravels.blogspot.nl  en op m.devonlive.com 

Maandag 12 juni hebben we afscheid genomen van de Mcabe` s en de mooie omgeving aan de rivier Exe.