Brigsham en River Dart.

Het zou een relaxed dagje worden, met het afgaand water de Exe afvaren en met halve wind naar het zuiden koersen.

Onderweg besloten de baai in te varen naar Torquai, deze plaats was jammer genoeg niet te bezeilen en zouden we moeten kruisen.

Daar hadden we geen zin in en dus de boeg naar Brigsham gestoken, even slalommen tussen wat velden met vissers balonnetjes en konden zo de havenkom binnen zeilen.

Van Dave (Ros Ailither) hadden we te horen gekregen, dat je aan de Stads-ponton drie uur gratis mochten liggen.

Kleurige huizen van Brigsham
Zo zou ik niet graag afmeren tegen de havenmuur.

Aan de Fish’n Chips.

De ponton lag ook goed vol en moesten dubbel liggen, de buren een briefje op de kajuitingang geplakt met ons telefoonnummer en hoppa de wal op.

Leuk kneuterig vissers plaatsje en heel veel winkeltjes, uiteraard hier ook een “Fish` n Chips” gegeten, scheelt weer koken vanavond en op tijd aan de film (serie).

Na ruim 3 uren terug bij de boot en de buren waren er ook, en het was geen probleem dat we aan hun lagen.

Met de volle maag verder naar het zuiden op naar de monding van de Dart.

Bijkomend voordeel van het rustig aan doen was dat het tij bij de ingang van de rivier kenterde en met stroom naar binnen konden.

Erg ver hoefden we niet en na even “clandestien” aan de havenmeester plaats gelegen te hebben, heeft hij ons gewezen op de mogelijkheden.

Na wat overleg is het de “Deep-water-pontoon” geworden aan de andere kant van Dartmouth.

Je kon de bijboot op verschillende plekken kwijt aan de stadskant en de douches waren daar ook.

Achteraf blij met onze keuze, want het is erg druk met toerisme in Dartmouth wat het gelijk ook gezellig druk maakte.

Zeker als er ook nog een cruiseschip voor de deur (in de monding) aanmeert en een paar duizend mensen los gelaten worden.

Na het dorp doorgekamt te hebben op naar het Kasteel en daar een High Tea genomen ( veur mie een High Coffee ) maar wel de clotted cream tjonge wat is dat lekker spul.

De calorieen spatten er van af, dus voor de gemoedsrust een pittige wandeling naar een uitzichtspunt op de heuvel gemaakt.

En inderdaad spectaculaire gezichten over de zee en rivier de Dart.

Men heeft het hier goed voor elkaar wat de voorzieningen van vuilnis en water aangaat, er is een aparte pontoon voor dit vlak voor de bunkerboot.

Na dus onze rommel daar gedumpt te hebben verder de rivier op, wat is het hier bezaaid met mooringen en vooral waar het water dieper is.

Voor ankeren moet je wel zoeken, direct naast de vaarweg bij Dittisham het anker laten vallen en het hekanker er ook uit, zodat we niet dwars kunnen gaan liggen

In de middag een wandeling door Dittisham gemaakt en weer een paar leuke kiekjes gemaakt.




De volgende dag kwam er toch een “River Patrol” autoriteit even melden, dat we niet op een toegewezen ankerplek lagen en wees op de kaart een paar plekken aan.

Een ervan was net om de hoek stroomopwaarts in een kreek, goed gaan we daar heen geen probleem.

De plotter opgestart, tja die kreek valt dus droog, wat een grapjas.

We zijn dus voor de kreek gaan liggen pal tegen de buitenkant van de geul en lagen hier perfect.



Met de bijboot helemaal een tocht gemaakt naar Totnes en het reservetankje benzine maar mee genomen en niet onterecht.

Met de stroom mee naar boven en twee uur voor hoog daar aangekomen, toevallig voer dat hele stuk een engelsman in zijn bijbootje met ons mee.

In Totnes heeft hij nog even op ons gewacht en verteld dat je tot maximaal twee uur na hoog hier weer weg moest zijn, omdat het hier droog valt.

En of wij die Nederlanders waren die voor de kreek lagen, euh ja lagen we daar niet droog bij eb? Nee gaat net goed 😉

Dat moet ik wel toegeven, zo strak conventioneel en afstandelijk ze ook kunnen zijn zo vriendelijk en voorkomend zijn ze ook.

Totnes verraste ons qua grootte, we hadden een heel klein plaatsje verwacht, maar dit was weer gezellig.



Stom toevallig een verschrikkelijkoude bron gezien de zgn. “Leech Well” die al bekend is sinds de 13e eeuw, hij zou ook verschillende huidaandoeningen genezen en ja hoor Hilda aan het wassen. Je weet maar nooit waar het goed voor is h`e.

De volgende dag weer naar Dittisham terug gevaren met de bijboot en aan de overkant is de voormalige woning van Agatha Christie waar je alles kunt bezichtigen.

Ook hier hebben we menige uurtjes vertoefd met de nodige vergezichten.




De volgende dag zullen we naar Plymouth afreizen en alle tanken en jerrycans maar weer gevuld met water en diesel, voordat we de rivier verlieten.

Bedankt Dart je was supermooi en een bezoek was het meer dan waard.

Portland Harbour.

Ook wel zonnige avonden in Engeland.
Dinsdag 29 Mei van Weymouth stadshaven zijn we in de mist verhuist naar Portland Harbour.

Deze ligt gelukkig direct “om de hoek” , zodat we maar een paar mijl in dichte mist hoeven te varen.

De ingang van de marine haven is snel gevonden, dankzij het varen met de plotter dit is naast AIS een instrument die ik niet meer zou willen missen.

Eenmaal in deze haven van 3 bij 4 mijl!!! Loste de mist geleidelijk op en zag je de deken op een afstand op het land liggen.

Hier konden/mochten/gaan we ankeren, want in die marina“ s en havens loop je snel financieel op leeg.

We lagen hier mooi beschermd tegen swell van de zee. Hier kregen we het vrije gevoel terug en op de ruimte liggen bevalt ons nog altijd het beste.

Portland op de achtergrond vanaf de anker plek met rechts de Marina en links de Royal Navy.

Klaar om uit te varen.

Helicopter oefeningen.

En zeilwedstrijden iedere avond weer in dezelfde baai naast al dat Royal Navy gebeuren!

Ook de klusjes lijst maar weer afwerken en het olie- en filter verwisselen van de motor stond hier hoog genoteerd.

Ook de saildrive gecontroleerd en oeps deze olie is wel erg wit, gretver hier moet wat aan gedaan worden. Weet dat de mix tot een bepaalde gradatie nog geen kwaad kan, maar dit was “nasty white”.

De volgende dag de (Portland) marina aan de andere kant opgezocht en daar eerst maar eens gevraagd of de boot er daar uit kon.

Nou dat was een probleem, deze week en begin volgende week volgeboekt.

Maar misschien bij de “buren” nog plek. Vervolgens op zoek gegaan naar de Volvo Penta dealer die in de buurt moest zijn volgens de dealerlijst.

Jawel op nog geen 10 minuten lopen, en bij navraag konden ze de onderdelen bestellen en na een dag leveren, dat dus gelijk gedaan.
De verkoper heeft ook gelijk bemiddelt bij de zeilvereniging om de boot er daar eruit te laten halen, dat op vrijdag gezet.

Hier waren ze bij het eruit en in plaatsen van het schip afhankelijk van het getijde en rond vloed kon er alleen gehesen worden.

Om 11.00u eruit  en om maximaal 16.00u er weer in, dat gaf ons 5 uurtjes de tijd om de klus te klaren moet kunnen.

Indien niet zou lukken moesten we ook nog een overnachtings plek op de wal opzoeken, omdat we niet aan boord mochten slapen en daar hadden we geen zin in.

De getijde “slipway”.

Standaard procedure afspuiten, voordat hij op de bok komt.

Nog snel even lunchen,voordat het schip er is.

Klus geklaard en binnen de tijd. Phoei.

Gelukkig is het allemaal voorspoedig gegaan en konden we ook nog lekker douchen op de marina.

Op 3 juni hebben we Porland verlaten en op tij wisseling Portland Bill gerond op weg naar Exmouth waar we de Exe rivier op wilden.

Dit zou een lastig te bevaren rivier moeten zijn door de vele bochten en ondieptes, we zijn wat gewend op het wad thuis en we zouden wel zien. Er stond een lekker zeilwindje rond de 15 knopen en besloten onderweg ook de Lulworth Cove op te zoeken.

Dit is een piepklein baaitje in de steile rotskust en alleen te gebruiken als er geen wind uit zuidelijke richting stond, wij hadden de pech dat deze voorspeld was.  Maar toch even kijken het was maar een kleine omweg en we hadden tijd genoeg.

Ingang van Lulworth Cove.

Een piepklein vissersdorpje, maar o zo toeristisch.

De Exe moesten we rond hoogtij aanlopen, want er ligt een ondiepe drempel aan de monding van de rivier.

Altijd weer die typische rijtjeshuizen aan de kades.

We hadden een perfecte timing en een ruim uurtje voor hoog liepen we hier binnen. We zijn door gevaren naar een sluis die Turf Lock heet en hier waren een aantal mooringen.

Eerst even een inspectie rondje gevaren en we werden toegeroepen door een man op een liggend zeilschip (Ros Ailither), hij adviseerde ons iets verder terug te gaan liggen omwille van onze diepgang. 

De “Ros Ailither”

We bedankten hem voor de tip en ons tussen twee mooringen vastgelegd.

De Blue Dream tussen de mooringen bij laag water.

Omdat je hier aan de rand van de geul in de rivier ligt leg je zowel voor als achter vast, zodat je niet dwars in de geul komt te liggen en de doorvaart blokkeert.

Later zouden we heel vriendschappelijk met deze lieve mensen (Dave en Hazel Mcabe en hun kinderen Kathy en Reuben) contact hebben.

De mooringen bleken van hem te zijn waar we aan lagen en op de wal stonden een paar fietsen die we ook mochten gebruiken.

Hier hebben we een Aldi gevonden aan de andere kant van het dorpje Topsham even verderop. Tjonge dat was een niet snel te vergeten boodschappentochtje.

Eerst met de bijboot naar Topsham varen ongeveer een half uurtje, vervolgens 4km lopen naar de Aldi in de stromende regen. Hier hebben we gelijk ook maar een paar goede paraplu` s gekocht. Afgeladen de terugtocht naar Topsham terug en vlak bij de bijboot eerst een Inn opgezocht om een beetje bij te komen.

Inmiddels stond er een straffe wind uit het oosten, en bij behorende golven op de rivier. Wat een gevecht om terug te komen en dit is ook niet onopgemerkt bij onze buren (Ros Ailither) voorbij gegaan.

Bij een biertje een dag later vertelden ze ons gezien te hebben, hoe we doorweekt voorbij kwamen.

Het heeft een dag geduurd voordat we alles weer droog hadden gestookt, want de kachel is er bij aan gegaan om ons zelf ook weer op temperatuur te krijgen.

Na een dagje “droog” rust bij Turf Lock een Ale gedronken in de luwte van de Inn en in het zonnetje, heerlijk.

Hier hebben we het plan gemaakt om de bijboot omhoog te tillen en via het kanaal die paralel aan de rivier loopt op te varen naar Exeter 10 km verderop.

Dit was een leuk tochtje, vlakbij Exe wel veel waterplanten in het water, zodat ik met regelmaat de schroef vrij moest maken, maar dat mocht de pret niet drukken.

Kathedraal van Exeter.

Laag water vanaf de sluizen bij Turf Lock.

Klaproos langs wandelpad parallel aan rivier de Exe.

Stoere meid.😊

Powderham Folly vanaf wandelpad langs de rivier.

Wilden het natuurlijk ook van dichtbij zien.

Powderham vanaf de rivier.

Na Exeter bezocht te hebben weer terug en halverwege,  vlak na “Double Locks” de bijboot “overgezet” bij de Ferry naar Topsham naar de rivier, want dat scheelde veel lopen en tillen bij de laatste sluis bij Turf Lock.

Nu stond er niet zoveel wind en is het droog gebleven een lekker dagje.

De volgende dag fietsen naar Lympstone door een prachtig natuur gebied met heel mooi aangelegde fietspaden langs de rivier.

Domper was de regen die met bakken uit de hemel viel, maar dat heb je niet voor het kiezen in dit land. 

Eenmaal terug bij de boot werden we uitgenodigd om op de Ros Ailither te komen eten, wat een gastvrije en lieve mensen.

Direct na het eten werden we verzocht in de bijboot plaats te nemen voor een tocht over de rivier.

Met een rotgang stuiterden we over het water, eerst naar de overkant door het natuurgebied (kwelder) heen  en vervolgens naar Lympstone naar het haventje die we gemist hadden tijdens onze fietstocht.

Hier hebben we samen nog een biertje gedronken en terug naar onze schepen.

Ook op de Exe donderdag en vrijdagavond de plaatselijke wedstrijden uit Topsham. Wij in de gangboorden op eerste rang.

Dave is scheepstimmerman en had al verscheidene boten gerestaureerd, had ook een Ferrydienst gehad en na 18 jaar besloten de boel te verkopen om wat meer van de wereld te bekijken. Zij hadden een rondje Atlantic gedaan vanaf 2005  zie ook hun site trawlertravels.blogspot.nl  en op m.devonlive.com 

Maandag 12 juni hebben we afscheid genomen van de Mcabe` s en de mooie omgeving aan de rivier Exe.

Good bye St. Thomas.

Langzaam dringt het door,  dat het einde van het bezoek aan de Cariben ten einde loopt.

We hebben nog wat baaitjes aangedaan en de een was nog mooier dan de andere.

De Druif of ook wel Honeymoon bay genoemd was wel erg druk en vol. Of dat nu aan de na lag??? Afijn de dag erop maar naar de Brewers Bay, hier moesten ook nog een paar nederlandse schepen liggen.

Jawel de Antares en later kwamen ook de Freya en de Blabber. Het werd weer een nederlandse enclave.
Iedere middag rond drie uur werden de bijbootjes richting strand gestuurd en koelden we daar in het water af.

Een gezellige boel was het hier en je kon de vuilnis hier makkelijk kwijt en water tanken met de jerrycans.

Na het zwemmen in het zeewater kon je hier ook douchen, tot vermaak van de schoonmaker stonden al die maffe hollanders hier hun haren/lichamen in te zepen en af te spoelen.

Tja stromend onbeperkt water is in onze ogen een luxe.

En op de vooravond van Hilda’s vertrek verhuist naar de Lindbergh Bay een plek vlakbij de terminal van het vliegveld.

Nou dat was perfect, kon peddelend naar een steiger waar we mochten liggen na toestemming vragen.

5 min. lopen en we waren op het vliegveld.

We zijn ’s avonds gelijk maar even heen gelopen en Hilda heeft zich ingecheckt.

Vandaar uit naar het strand terug en een laatste borrel samen gedronken.

Een Painkiller want Hilda had last van wat Carieb afkick verschijnselen en de baas zelf een Rum-Punch.

De volgende ochtend natuurlijk veeeeel te vroeg wakker, hierdoor genoeg tijd voor ontbijten en koffie drinken. Maar toch de klok tikt maar door en moet de vrouw weg.

Het is allemaal goed gekomen Hilda is inmiddels bij Sanne aangekomen en ik heb het solo ook gered.

Wel heel vreemd hoor na zo’n lange tijd boven op elkaars lip en dan opeens leegte.

Dat voelt heel onwennig ook al weet je dat het gelukkig maar tijdelijk is.

De dag waarop het schip op de Schippersgracht gaat, is buurman Ben van de Blabber met mij mee gevaren voor assistentie.

En dan opeens gebeuren er hele rare dingen met je schip, bijna niet in woorden uit te drukken. Kijk en huiver.

Daar gaan we op morgen.
Schipper Walewijn en Querijn van de Antares . Uitgenodigd voor een biertje met uitzicht op het laden konden we wennen aan wat ons te wachten stond.
Worden er een heleboel stroppen op je voordel gemikt.

Daar hang je dan hulpeloos 10 meter boven water in de stroppen.
Gelukkig is alles overbemeten lomp dik voor dit jachtje.
Kijk eens krijg een apart plekje voorop het schip.

Even een blik achterom. De Antares, Blabber en Freya komen hier ook nog op de nu nog lege bokken.

The Britisch Virgin Islands (BVI) en de US Virgin Islands (USVI)

Na het bezoek aan St. Martin zijn we dezelfde avond, nadat we Wim uitgezwaaid hebben vertrokken uit een zeer schommelige baai Marigot.

De swell stond hier behoorlijk op, en een aantal schepen waaronder de Win2Win hebben een beter plekje opgezocht.

Bij hun stonden er af en toe brekers en die wil je niet op je schip.

In de avondzon en een gunstig weerbericht richting west met ruime wind.

Dat betekend geen zwaar scheefhangend schip en ook niet meer rollend, voor onze begrippen rust in de “keet”.

En zo was het ook en de volgende morgen hadden we de eerste eilanden al in zicht, toen hadden we er een mijl of 75 op zitten van de bijna 100 die we moesten.

De BVI’s in zicht na 85 mijl varen.
Tegenligger. Is uiteindelijk goed gekomen.
Rotsen waar de golven van de Atlantisch oceaan op kapot slaan.

Tussen Peter Island en Dead Chest zijn we de BVI binnen gezeild en voor de wind richting westzijde van Tortola (hoofdeiland).

De haven waar we heen wilden heet Soaper`s Hole en hier kun je inklaren en leek ons een beschutte plek.

Eenmaal daar aangekomen eerst een rondje rustig gevaren, om te kijken of we echt niet ergens konden ankeren.

Maar te vol en te dicht op elkaar of veel te diep om veilig te kunnen ankeren.

 Dus maar een mooring opgepikt a raison $ 30,- per nacht, zo`n duur blok beton we hebben nog niet eerder gehuurd.

Het douane en immigratie kantoor in Soaper’s Hole

Nou gelijk de wal maar op en het officieele deel maar afhandelen, Hilda als crew moest verplicht aan boord blijven zitten.

Een half uurtje later was ik ook al terug en klaar was Kees, een Cruising permit van $ 50,- hoefden we niet te kopen, want we hadden geen gasten aan boord.

Wel $ 21,- lichter aan inklaringskosten en havengelden en lokale belastingen en de douane wilde ook nog een duit in het zakje voor de invulformulieren 2 x $0,10 .

Drukke boel met al die mooringen.

Mijn waarde ega had bij het binnenvaren van Soaper`s Hole aan de overkant “leuke winkeltjes” gezien, dus de paarden stonden al ongeduldig te trappelen om de wal op te zoeken.

Een eindje wandelen is ook wel zo gezond, na weer een dag op het schip toch.

Ook zijn we vanaf hier met de ferry naar St. Thomas gegaan om ons stempeltje (Visa) in het paspoort te gaan halen, zodat we clandestien in de USVI mogen vertoeven. Want van deze plek gaat ons schip op transport over een aantal weken.

De wachtruimte in de vertrekhal voor de ferry terrug naar Tortola.
Winkelstraat in Charlotte Amalie. St. Thomas was vroeger Deens grondgebied en de straatnamen zijn nog oorspronkelijk.
Met 22 knopen over het water blazen 32Km in drie kwartier.

Dezelfde dag na onze terugkomst uit de USVI snel de was nog opgehaald (deze hadden we vroeg in de morgen bij de wasserij aan de overzijde gebracht).

Door naar de Blue Dream gelijk losgooien van de mooring en naar de andere kant van het eiland gezeild naar een volgens de pilot “ansichtkaarten baai” genaamd Cane Garden Bay.

Het was inderdaad een fraai plekje en hebben er een nacht ook lekker gelegen en wat rondgewandeld.

Lekker chill in de kuip met het avond zonnetje.

Watermaker automaten, met koolstoffilters, reverse osmose, UV bestraald en dan heb je toch “clean” water. Geen mineralen meer en geen bacterien meer, bijna gedestilleerd.

Hier zijn we de volgende morgen weggevlucht van de brekers. Die stonden dit keer ons schip te bedreigen, dus wegwezen van hier.

Dit soort jongens kwamen dreigend op onze boot af, tijd om af te reizen dus.

Jost Van Dyke eiland lag aan de overkant en aan de oostzijde lag een kleiner eiland jawel Little JVD Island en daar wilden we heen, maar eens kijken of het daar beter toeven is.

Na daar een uurtje gelegen te hebben achter ons anker, werd het daar ook feest. Dus anker op en recht tegen de wind in naar Trellis Bay op het schiereilandje Beef Island helemaal aan de oost zijde van Tortola bij een vliegveldje.

Nou we hebben even geprobeerd te kruisen, maar dat schoot niet echt op door de tegenstaande golven en wind, dus de motor er bij aan en twee uurtjes later waren we er ook.

Het voordeel hier in de BVI is dat alles lekker dicht bij elkaar ligt en  er veel keus aan baaitjes en inhammen zijn.

Hier vonden we na enig struinen een geschikte ankerplek, niet veel later hoorden we op de marifoon een conversatie tussen de Win2Win en de Antares, dat ze ook onderweg naar deze baai waren.

Voor de winkel Aragorn, een kunstwinkel aan de baai.

Die liefde was snel bekoeld.

Nou dat is toch ook weer toeval toch en even later werden we door Lilian ook opgeroepen, we zouden weer buren worden leuk hè.

Eindelijk ook eens met de crew van de Antares kennis gemaakt. We werden voor de volgende morgen uitgenodigd om koffie te drinken. Na zo veel jaren (3), artikelen lezen in Zeilen en volgen van hun blog, nu aan boord van de Trintella en de enthousiaste verhalen van deze mensen aanhoren, prachtig.

Ook zij hebben de keuze gemaakt om met Seven Star het schip naar Southampton terug te laten brengen, zij worden dus dan ook een tijdje onze “buren” 😉

Van Lilian kregen we te horen dat we de BVI niet mochten verlaten zonder Bath op Virgin Gorda aangegaan te hebben.

Dus dat zou de volgende stop worden, want ons transport schip zou nu op 8 mei al aankomen, dus langzamerhand mogen we de boeg dan wel richting USVI steken in plaats van andersom.

Na een paar nachten in Trellis Bay zijn we naar de overkant Bath gevaren en konden zowaar nog een mooring bemachtigen, ondanks het vele animo voor deze plek.

De foto`s en filmpjes laten onze belevenissen weer tot leven komen.

De huidige achtergrond op de laptop. Mooi he?

Na dit bezoek terug gevaren naar Norman Island, waar een reunie plaats vond tussen de Arcadia, Persephone en de Win2Win.

Dit is bewust gekozen want Eltjo is hier jarig en we waren uitgenodigd, dus een feestje in de Bernures Bay.

Overigens ligt het in deze baai super rustig en konden hier ook goed snorkelen.

Van alles onder water gezien, een paar roggen de gebruikelijke kleurige vissen en aaaaaah een haai.

Gelukkig betrof het een “Verpleegsterhaai” en dus voor de mens geen bedreiging.

Hilda is nog met de rest aan de wandel gegaan naar de noordzijde van Norman Island.

De nieuwe buren in de Trellis Baai, kennen we die niet ergens van?
Daar hebben we de jarige, 60 jaren en die mogen natuurlijk niet ongemerkt voorbij gaan.
Zo te zien was ook Lilian in haar schik.;-)
De kuip vol met buren in de Norman Bay. Heel gezellig.

Ook aan de leuke tijd in deze baai komt een eind en we moeten gaan uitklaren, dus weer naar de overkant gevaren naar Soaper’s Hole.
Onderweg passerden we “The Indians” waar een mooie duiker en snorkelplek was volgens de pilot.

In zicht de 4 rotsen die boven water uitsteken ” The Indians”.

Het leek erop dat het zou gaan regenen want het betrok flink en de buien trokken links en rechts langs ons heen, wij werden gespaard en kwamen droog over.

Het uitklaren was een “eitje” en na de cashier $0,75 betaald te hebben,  mijn stempeltjes gekregen.

Hilda was verrast dat het zo snel ging en al weer op de boot terug was, het was ook binnen een half uur.

Gelijk de mooring weer ontlast van ons bootje en op naar St. John waar we in Cruz Bay.

Hier hebben we in de haven een plekje gevonden en geankerd, ook hier direct naar de kant en hebben ons ingeklaard, deze keer duurde het langer want het was hier smoordruk.

Toen we hier na een klein uurtje naar buiten liepen waren we officieel met boot in de US Virgens Islands.

En ook hier weer net als in Suriname, schreide de hemel na het afscheid van vrienden in Norman Bay.

Op Amerikaans grondgebied!

Wel even bij de les blijven met dat weven hoor!

Willen de gasten even aan boord blijven tot alle schoenen opgesteld zijn! En nu kunnen jullie komen.

Gelijk het dorpje verkent en ook hier een hoop winkeltjes, maar geen sim kaart te krijgen, dat konden we beter in Crown Bay Marina doen volgens een winkelier.

De volgende morgen bij ons vertrek uit de haven zagen we een bord staan, dat we hier maar max. 3 uren mochten ankeren. Oeps.

Ach ja nederlanders dat we zijn, soms zie je niet alles tegen de schemer aan toch.

De trip naar St. Thomas was ook weer ruim en een aangename zeilreis, het weer was als “gewoon” harstikke mooi en tussen de 10 en 15 knopen wind heerlijk.  Onderweg passeerde de Native Son veerboot ons met een dikke 22 knoop op de teller. Hiermee hadden we van Tortola op en neer naar St. Thomas gevaren voor ons Visa stempel in ons paspoort.

Daar hebben we de ferry weer op de AIS.
En ja hoor daar is hij op volle snelheid.

Hij doet er maar drie kwartier over, wij toch een uurtje of 6 maar dan op de wind.
In St. Thomas tegen over de Marina in Crown Bay een mooie ankerplek gevonden en lagen als een huis zo vast, dus goede ankergrond.

St. Thomas drukker bevolkt dan alle andere eilanden.
Dit beeld zag je dus van heel ver al `s nachts.

Met de bijboot naar de Marina gevaren en liepen gelijk tegen de AT&T winkel aan, mooi data kaartje regelen.

Eenmaal aan de beurt was het ook zo geregeld, mooi door hun laten installeren en dat ging heeel snel.

Hoewel al die juweliers, niet te geloven hoeveel hier zijn.
Hoofdstraat in Charlotte Amalie, winkel plezier volop.
Ook wij een pas op de plaats.
Even bijtanken met een “Painkiller”, deze moet je gedronken hebben in de Carieb naast de “Rum-punch”.
Gigantisch wederom, nu zijn ze wel heel dichtbij. Vertrekken dezelfde dag nog weer.
Hoe klein ben je als zeilbootje. Maar ze gaan aan de kant als je onder zeil bent. 😉

Van de vuilnis afkomen is hier niet zo makkelijk als op vorige eilanden, het is werkelijk allemaal afgesloten of openingen in openbare vuilnisbakken zo klein dat je er net een cola blikje in kunt drukken en niets groters.

Omdat we op zoek waren naar STTCargo onze agent voor Seven Star (vervoerder) liepen we door een industrie gebied, waar wel wat containers stonden.

Het valt ons op dat alles voor europeese maatstaven extreem duur is en de dollars willen hier wel rollen, van je af.

We hebben dan ook geluk dat we kunnen ankeren tussen de mooringen die erg ruim opgesteld liggen aan de overkant, anders was het niet leuk meer.

Dus voor mogelijke volgers, stort je proviand bakken vol in St. Maarten.

Wij zijn in afwachting van het laadschema voor ons schip en kunnen dan pas de vluchten boeken.

Hier reserveer ik nog wat ruimte voor eventuele laad foto’s, die nog moeten komen.

Als de Blue Dream op transport is gaat Hilda naar Sanne in Panama en ik naar mijn zus in Boulder, om bij aankomst van het schip in Southampton weer verder te gaan varen voor een “Rondje Engeland”  via de Hebriden het Caledonisch Kanaal door te gaan varen naar Inverness.

Antigua deel 2.

Zoals al gemeld in deel 1 waren wij in blijde verwachting van Wim, inmiddels al 30 jaar dus dat wordt wel een giga bevalling;-)

Op de dag van aankomst zijn wij met het lokale “bus” systeem naar de luchthaven gereisd, dat heeft wel wat voeten in de aarde, maar het kost voor onze begrippen bijna niks.

Bij de plaatselijke supermarkt in Parham moet je wachten tot de juiste bus langs komt. Men kent hier geen reguliere diensttijden zoals bij ons, het is jezelf op non-actief zetten een manana houding aanmeten.  Plots remt er een bus (staat op kentekenplaat), want het kan anders of een taxi of een particuliere vervoerder zijn. “You wanna go to airport man”, heb ik dat op mijn voorhoofd staan of zo denk ik. Nou ja een blanke kan hier eigenlijk ook niet zoveel kanten op. Of St. John (hoofdstad) of het vliegveld.

Yes Sir. Nou dan moesten we maar instappen, want hij ging naar St. John en onderweg zou hij ons waarschuwen, waar we dan heen moesten.

Dit is een belevenis hoor, tussen de lokalen en ieder is bezig met zijn eigen “ding”, behalve eten, drinken en de voeten op de vloer houden zoals op grote borden op de wanden staat.

Het zijn compleet afgetrapte busjes en veel hangt in elkaar met ducktape en T-raps, vol met deuken en krassen en het rammelt aan alle kanten, maakt niet uit als het maar rijdt.

De volgende halte naar het vliegveld was zo gevonden en de bus kwam na een half uurtje ook, zodat we tijdig op het vliegveld zouden arriveren.

Bij elkaar zo’n twee uurtjes bezig geweest.

Op het vliegveld aangekomen een half uurtje gewandeld en in een voormalige vertrek/aankomst hal een restaurant gevonden waar we geluncht hebben.

We waren eerst langs het nieuwe gebouw geweest maar daar kon je geen eten krijgen en het cafe die er was ging voor onze neus dicht

Allemaal nog in ontwikkeling zullen we maar noemen zoals heeeeel veel andere aspecten ook hier.

Wim kwam met iets vertraging binnen, maar dat mocht de pret niet drukken.

Buiten hebben we een taxi genomen en die heeft ons in een record tijd naar de vissers haven in Parham gereden. Volgens mij stond de warme hap al op tafel bij de taxichauffeur huis.

De volgende dag zijn we naar Great Bird Island gevaren, een prachtige ankerplek waar we een paar nachten zijn gebleven.

Hier kwam Wim ook gelijk aan zijn trekken met snorkelen en koraal platen bekijken.

Witte strandjes, Palmboompjes, vergezichten en 50 tinten blauw het hele genre voor Carieb gevoel was hier aanwezig.

Schildpadden om je heen, zeesterren op de bodem en grote schelpen die je ziet wegwandelen.

Het enige wat je hier niet hebt is kristalhelder water, dit beperkt het zicht behoorlijk. Dit is te wijten aan de grondsoort hier denk ik.

Het strandzand is echter voortreffelijk, wit en zacht.

Op het eiland hebben we een wandeling gemaakt en de ogen uitgekeken, tjonge wat een mooie beelden op de geheugenplaat.

Jammer genoeg moeten we verder en hebben besloten nog een keer terug te gaan naar Jolly Harbour om de winkelkar nog een keer tjokvol te gooien.

De volgende reis gaat naar Barbuda, dit is een jetset oord. Zo plat als een pannekoek en veel strand.

De eerste overnachting op Barbuda een 20 Nm boven Antigua zou aan de Oost zijde van Cocoa Point zijn achter her rif, wel even weer oppassen dus met het in in- en uitvaren. We lagen aan lagerwal en ook het Fortress anker naast de Delta in de grond geprikt. Zo liggen we goed vast mocht er plotseling veel wind komen opzetten.

De volgende ochtend zijn we naar de West zijde van Cocoa Point verhuist en hier lag je heerlijk.

De schildpadden kwamen constant om je heen boven lucht happen om er als een speer weer vandoor gaan omdat ze ons zagen.

Ook hier waande je weer in een ver vakantieoord, verrek zijn we ook…..

Witte stranden, palmbomen met kokosnoten etc. etc., maar het verveeld nog niets hoor, BBQ time en op naar het strand.

Wim die bleef aan het fotograferen en had er lol in, in de meest vreemde standjes werden detailfoto`s en kunstzinnige uitvoeringen geschoten.

Hier in het noorden van het eiland broeden een leven op een heel beperkte plek in de mangrovebossen “Freaking Birds” zoals de gids hen noemde and “They don`t eat human flesh” met een grijns op zijn gezicht.

Het gaat hier om Fregatvogels, de jongen kunnen niet vliegen en worden bewaakt door papa, moeders is overdag op jacht naar vis en komt `s avonds van de oceaaan terug.

De jongen hebben vrij snel een verenpakket, maar hebben een witte nek die pas verdwijnt als ze volwassen zijn.

Dit is een beschermd gebied waar je zonder gids niet in mag, Pat Richardson doet dit dan ook al meer dan 20 jaar en met plezier. Zeer geanimeerd en vol details verteld hij over de flora en fauna. En alle gestelde vragen door medepassagiers zijn niet onbeantwoord gebleven.

Vervolgens zijn we met een rotgang naar Codrington gebracht waar we de gelegenheid kregen om uit te klaren te lunchen en nog wat boodschapjes te doen. Vervolgens zijn we daarna voor de “deur” weer afgezet bij de bijboten.

Bij het uitklaren nog het nodige gelachen, de beambte gaf mij de nodige papieren om in te vullen met carbonnetjes. Vroeg ik of ze niet met het systeem werkte op het internet.

Ik zei Seaclear of eSeaclear zoals ze op Antigua hadden, zei ze doodleuk “Wij werken hier met Easyclear zeer handzaam en doeltreffend.” Haha die zit, maar wij kunnen ons de vingers blauw schrijven, zodat zij hun baan zo behouden.

Zit ook wat in toch, zo hebben zij brood op de plank thuis.

Een mooi eiland met vriendelijke en behulpzame mensen.

Wij gaan door naar St. Eustatius, bye Barbuda.

Zon

en later de maan.

St. Eustatius en Saba.

We hebben `s avonds rond 18.00u Barbuda verlaten, bewust om met het laatste daglicht tussen de koraalriffen door te navigeren op zicht.

De brekers slaan op deze platen neer, dus ze zijn haast niet te missen, maar toch is voorzichtigheid geboden want je wilt ze niet raken.

De maan kwam vrij vlot op die ons bijna de hele nacht vergezeld heeft, plenty licht en zicht dus.

Ook een rustig windje tussen 10 en 15 knopen voor het lapje en we zijn dus relaxed naar St. Eustatius gevaren.

Rond een uur of tien de volgende ochtend kwamen we bij Oranjestad aan en hebben ons anker laten vallen in de baai.

Eerst maar eens rustig ontbeten en de boot opgeruimd, de bijboot opgepompt zodat we naar de wal konden.

Nou raar hoor om op nederlands grondgebied te zijn. Men spreekt hier engels en betalen met dollars (us) en je komt hier en daar nog nederlandse text op verkeersborden tegen en gietijzen putdeksels uit Veghel  haha.

Het inklaren en door de douane gaat redelijk vlot, ook hier weer de nodige (gebruikelijke) papieren invullen. Havenbelasting $20,- , liggeld in het “National park” $10,- per nacht ook achter eigen anker.  Dus voor een nachtje liggen een beetje duur.

We hebben nog wat door het dorp gewandeld en het Fort Oranje bezocht, die met nederlands belastinggeld geheel gerestaureerd is.

De “Amsterdammertjes” staan hier ook langs de weggkant in het centrum en de wegen goed onderhouden, een heel andere aanblik dan op de vorige eilanden.

Ook de gebouwen/woningen staan goed in de verf en geen troep wat her en der gedumpt wordt geen oude auto`s op de blokken enz. de nederlandse hand is hier aanwezig.

Nog een biertje gedronken op een terras en uiteraard “wifitime”.

Wim is nog op jacht geweest naar een schildpad en heeft gekeken of het anker zich goed heeft ingegraven.

 Saba licht op zicht afstand iets noordelijker en een nederlandse gemeente.

Bewoners hadden mij verteld dat de hoogste berg van Nederland ook hier was en dat Vaals zijn plaquette ingeleverd heeft en hier nu ergens hangt.

Saba is de laatste tijd onder zeilers nog al negatief in het nieuws geweest.

Er zijn hier al een aantal schepen op de rotsen vergaan omdat ze of losgeslagen zijn of met door geschavielde lijnen op de kant kwamen. 

Toen wij langsvoeren lag er een prijzig uitziend motorjacht scheef in het water tegen het strandje bij Ladder Bay, treurig hoor.

Wij hadden een mooring te pakken bedoeld voor Superjachten, nou dit betonblok komt door ons niet van de plek. Tevens hadden we meerdere landvasten door het touw van de mooring. We lagen in Welch Bay, wat ook gelijk een prachtige snorkelplek moest zijn.

We hebben het rustig aan gedaan en eerst alles op ons in laten werken waar we lagen.

De Island Lady lag bij Ladder Bay ongeveer 1,5 mijl zuidelijker en hier zijn we met de bijboot op visite geweest en even bijgepraat van ieder zijn belevenissen en ervaringen.

Jouke en Pleuni waren hieral een paar dagen en klommen iedere keer de trap op bij Ladder Bay en konden precies achter het gestrande schip met de bijboot veilig op het strandje komen. 

Wim en ik zijn de volgende dag samen naar Fort Bay gegaan,  een half uurtje varen met de bijboot. Hilda was niet lekker en wilde graag op het schip blijven.

Hier was een goede dingy steiger en Customs en Immigration en Harbour office ook om de hoek.

Het in- en uitklaren ging na weer een aderlating van dollars vlot en wilden we vanaf hier naar het dorp (The Bottom) lopen. 

Wim zag een vrachtwagen met drinkwater aan komen rijden en schoot de chauffeur aan of we mee mochten rijden naar boven, geen punt en mochten instappen.

Perfect toch, het was warm genoeg dus hebben ons flink wat zweten bespaard, want het was een beste klim naar boven.

In het dorp de supermarkt bezocht en hier voorgebakken brood gescoord, dat was een tijd geleden dat we dat konden kopen.

Tussen de middag geluncht en met wifi de mailboxen bijgewerkt en de nodige whatsapp`s verstuurd en ontvangen, de weerberichten gedownload lekker alles even weer bijgewerkt.

Na het eten het dorp nog wat rondgewandeld en de afdaling naar Fort Bay begonnen. En ja hoor Wim had weer beet, we konden op de laadbak van een vrachtwagen naar beneden, mazzel.

Zoals al eerder gemeld konden we vlakbij snorkelen en daar zijn de volgende dag Hilda en Wim een paar uur bezig geweest, het was erg mooi en veel vissen gezien.

We lagen vlak voor Diamond rock en zijn de volgende morgen hier omheen gevaren richting St. Maarten.

Dit konden we `s avond zien liggen, met zoveel licht werd daar de hemel verlicht. 

St.Martin.

We zouden aan de franse kant van St. Maarten gaan liggen in baie de Marigot vandaar de franse benaming van het eiland in de titel.

En dit is bewust omdat het liggen aan die zijde heel wat goedkoper is dan de nederlandse.

We hadden weinig wind en bijna geen swell, vandaar dat Wim zich op het voordek nestelde met een boek.

Het inklaren is zoals Win2Win ook al vermelde in zijn blog on-frans efficient en bij de winkel (Island Waterworld) bij de ingang naar de Lagoon zelfs gratis.

Officieel moet je je melden bij het havenkantoor en dan havengeld afdragen, maar dat deed geen enkele ligger, dus zuinige nederlanders als we zijn zochten we wat compensatie na St Eustatius en Saba 😉

Ook netjes geregeld een aanlegplaats voor de bijboten.

Hilda en Wim nodigden de Win2Win uit voor een borrel bij ons aan boord.

En daar waren ze Eltjo en Lilian, leuk om ze weer te zien.

We hadden al geopperd dat we hier maar weer een auto gingen huren, zodat we het eiland rond konden rijden en de dag daarop Wim naar het vliegveld konden brengen.

Op deze dagen was het weer heerlijk en droog weer, dus dat hadden we weer te pakken.

Hierboven een blik op baie de Marigot, vanaf Fort Louis.

Het Philipsburg aan de nederlandse kant van St. Maarten. 

Wim met op de achtergrond Baie de Marigot.

Centrum van Philipsburg Old Street, aan de andere kant van deze weg is de boulevard met uitzicht op alle cruiseschepen.

Jammer dat de sleutels er niet in zaten.

De bekende plek waar de vliegtuigmotoren het strandje leegblazen en mensen zich vast hielden aan het hekwerk tijdens de start. De grootste brokkenmaker de Boeing 747 van de KLM vliegt niet meer op St. Maarten.

De enige overgebleven markering tussen het Franse en Nederlandse deel.

Op de laatste avond zijn we door Wim nog uitgenodigd voor een diner.

Op dezelfde dag zijn wij vertrokken naar de BVI (Britsch Virgin Islands),